Historisch orgel

Geschiedenis
15e eeuw
16e eeuw

Dispositie
Stijlkenmerken

Inleiding

Wie op een zomerse dag het Gelderse Hattem bezoekt en op het dan wellicht zonovergoten kerkplein staat moet zich het volgende eens voorstellen: het plein geplaveid met middeleeuwse klinkers, geluiden rondom. De toren ingeklemd tussen oude fraaie herenhuizen. De schaduw van de toren verdeelt de open ruimte in tween. Onderaan de toren staan eeuwenoude deuren uitnodigend open. Wat zal zich daarachter bevinden?
Wie door deze deuren naar binnengaat en daarmee de eeuwenoude Andreaskerk betreedt, wordt getroffen door een verschil van hemel en aarde. Buiten is het plein, aards, rumoer, ronkende motoren, winkelgeluiden. Binnen is het hemels. Diffuus licht, een serene stilte maakt zich van je meester. Direct is je aandacht gevangen door deze ruimte.

Vanuit het donker, links voor je, in het midden, nog net niet goed zichtbaar, ‘hangt’ iets. Dichterbij gekomen ontwaar je een bijzonder monument. Een houten balkon, fraai afgewerkt. Aan de bovenkant afgezet met kruisgewijs geformeerde mattenbiezen. Daarboven een front van orgelpijpen, breed in het midden, smal aan de zijden. Geflankeerd door beschilderde luiken. Boven op het orgel een bijzondere bekroning. Een soort van torentje en aan de achterkant daarvan op de muur, zie je het nu goed? Een schijnbare schaduw als beschildering. Dit is toch allemaal wel heel bijzonder. In gedachten leg je linken met orgels die er zo ongeveer uit moeten zien. Oosthuizen, Alkmaar, Middelburg? De teller blijft steken. Oud moet het zeker zijn. Het aanzicht van dit instrument prikkelt je voorstellingsvermogen. Vragen blijven opborrelen. Hoe oud is oud? Wat voor klank zal deze ruimte kleuren? Wordt het nog gebruikt, wie is de bouwer? Kortom: een zoektocht naar het wat en waarom van dit Hattemse intrigerende instrument is begonnen. Het is tijd om eens terug te gaan in de tijd.

Geschiedenis

Onze zoektocht begint zo tussen 1400-1500. De kerk bestaat al eeuwen. En in deze jaren is er al een orgel in de kerk aanwezig. In 1423 wordt er in de stichtings- oorkonde van de broederschap van Onze Lieve Vrouwe gesproken over een orgel. Als ondersteuning voor het zingen van de heilige Missen. Hoe groot dit orgel en wie de bouwer was, is niet meer bekend.
In 1429 valt de kerk ten prooi aan een verterend vuur. Mogelijk dat hierbij dit orgel verloren is gegaan. Uit de stadskronieken van Hattem wordt in het jaar 1474 opnieuw over een orgel gesproken. En ook in 1477 wordt er gesproken over de aanstelling van een zekere “heer Mathijs”als orgelist.

We naderen het jaar 1500. De eerste schaduwen van een dreigend schisma in de Rooms-katholieke kerk komen naderbij. Maar voorlopig gaat dit woelige wolkendek aan de Parochiekerk van de Heilige Sint Andreas voorbij. Sinds 1533 is deze Parochiekerk het werkterrein van pastoor Bernard die Haeze (ca. 1500-1577).
Dat met een bijzonder mens zijn geweest. Een echte “net” werker zouden we nu zeggen. Hij liet zich goed informeren over allerlei zaken. En we weten dat het hierbij niet alleen om kerkelijke maar ook om (stads) bestuurlijke zaken ging. In die tijd niet helemaal ongebruikelijk. De relatie tussen kerk en overheid was nauw aan elkaar verbonden.
Het moet tijdens zijn ambtsperiode zijn geweest dat het huidige orgel is gebouwd. En gezien de vele interesses die Pastoor Bernard aan de dag legde is deze gedachte nog zo slecht niet. Wt de aanleiding was om een nieuw orgel te bouwen is onbekend. Was Pastoor Bernard wellicht gegrepen door de klank en kleur van orgels in de directe nabijheid van Hattem?
In het nabijgelegen Zwolle zal hij ongetwijfeld zijn geweest. Zwolle in die tijd al een bolwerk van het Katholicisme, waar kathedrale kerken en kloosters veelvuldig voor kwamen. Misschien dat ook in die tijd het begrip concurrentie al een grote rol van betekenis speelde. Daar een mooi orgel, waarom hier in Hattem niet?

Stijlkenmerken

Op grond van de in en aan het orgel verwerkte stijlkenmerken is de bouw van dit orgel niet te dateren maar wel redelijk te traceren. De structuur van de galerij (de omloop om het orgel) moderner gezegd het balkon, en de borstwering van het orgel vertonen duidelijk laatgotische kenmerken. De ornamenten die daarop/daarin verwerkt zijn, evenals de orgelkast vertonen juist weer de stijlkenmerken van de renaissance.
Het verschil in gebruik van door elkaar heen lopende stijlkenmerken is niet helemaal verwonderlijk. Verscheidene vaklui zullen aan bepaalde onderdelen van dit orgel hebben gewerkt. De n zal daarbij een degelijk constructief laatgotische stijl hebben willen behouden waar de ander een nieuwe stijl (de renaissance) heeft willen ontwikkelen. Nemen we daarbij het feit dat in 1549 door het stadsbestuur een besluit genomen werd om het orgel te vernieuwen, dan is het aannemelijk dat in de jaren 1549-1550 het huidige orgel gebouwd moet zijn.
Het torentje bovenop het middenstuk van het orgel is geen torentje maar een zogenaamd Paviljoen. Zo’n open paviljoen behoort tot de normale kenmerken van de renaissance gedurende de 16e eeuw. We zien dat ook terugkomen bij de orgels die zojuist al even werden genoemd: Oosthuizen, Alkmaar en Middelburg.
Ook de luiken zullen zeker tijdens deze periode zijn aangebracht.

Of Pastoor Bernard die Haeze lang van “zijn” orgel heeft mogen genieten? Een kerkelijk conflict is oorzaak van een wellicht voor Pastoor Bernard pijnlijk besluit: hij wordt door de Inquisitie, zeg maar een Rooms-katholieke kerkelijke rechtbank uit zijn ambt ontzet. De aanleiding is zeker in die dagen ook niet ongewoon: Pastoor Bernard die Haeze had reformatorische gevoelens gekoesterd. Bijzonder detail: het orgel is gebleven maar Pastoor Die Haeze? Verbannen! Pastoor pass!

Nog geen 30 jaar later, in 1580, ging geheel Hattem over tot Reformatie. Of dit voor het orgel nu een pluspunt was, viel sterk te betwijfelen. De opvattingen van een groot aantal Reformatoren als Luther, Zwingli en Calvijn over de begeleiding van de eredienst door een orgel, baarde menig orgelpijpminnend liefhebber grote zorgen. Aanvankelijk zal in Hattem het orgel niet meer maar juist minder geklonken hebben. Dat had wellicht niet alleen een religieuze achtergrond. Het orgel kon de gemeentezang ook niet goed aan vanwege het ontbreken van een aantal lage tonen die de gemeentezang toch moesten “dragen”. Toch is het bijzonder dat al in 1589 een orgeltrapper werd betaald vanwege zijn diensten voor het orgel. En ook in de jaren daarna, zo valt te lezen uit de oude kerkelijke archieven, is er vrijwel constant aandacht geweest voor het orgel.

Rond 1660 volgt ook Hattem naar alle waarschijnlijkheid de landelijke trend om orgels “bespeelbaar” te maken als instrument om de gemeentezang te begeleiden. Dat was nogal heftig en de toenmalige kerkenraad zal dat besluit dan ook niet zomaar hebben genomen. Hoe verkoop je nu zo’n besluit. Vanuit een gereformeerd perspectief zullen de eerwaarde en weleerwaarde broeders hun gemeente hebben voorgehouden dat het orgel een instrument was waarin al die bijbelse instrumenten een “plaets souden connen hebben” . Om de wellicht aanwezige twijfelaars binnen hun gemeente alsnog over de streep te trekken was het daarom misschien een goed idee om de orgelluiken te beschilderen met bijbelse muzikale voorstellingen? Op het linkerluik een harpspelende Koning David. Op het rechterluik een fluitspelende man, een trompetspelende engel en een grote citer op de voorgrond. Deze schilderingen maken het toch iedereen duidelijk: een orgel als begeleiding van de gemeentezang is bijbels gefundeerd. Dat kun je niet alleen horen, maar dat kun je in Hattem ook nog eens zien!

In de bijna 270 jaren die zouden volgen (de periode vanaf 1660-1929) is er heel wat te doen geweest. We kunnen deze periode samenvatten door te stellen dat het orgel soms rigoureus werd uitgebreid met een aantal stemmen (waarbij er flink op los werd gezaagd ten koste van de historische kast). Ook Koning David en de andere figuren en instrumenten op de luiken afgebeeld, moesten er aan geloven: ze werden overschilderd. En het paviljoen en de schaduwachtige beschildering daarvan? Ze verdwenen. Kortom: een geschiedenis van hl weinig historisch besef met als verklaarbaar dieptepunt: het buiten gebruik stellen van het orgel in 1929. Een nieuw orgel werd aangeschaft maar......... het oude orgel bleef gespaard als een soort van aanleunwoning voor bejaarde orgels die zo af en toe nog eens bespeeld mocht worden.

Lang heeft het orgel op eerherstel moeten wachten. Eerst in 1960 werd er tijdens verfwerkzaamheden de korf, het zogeheten paviljoen teruggevonden op n van de zolders van de kerk. Gelukkig! Het orgel had in ieder geval zijn bekroning weer terug.
In de jaren 1972-1973 werd er o.a. aan het orgel en het balkon een bouwhistorisch onderzoek uitgevoerd. Dit vormde de basis voor een grote restauratie van het orgel (1973) waarbij de vernieuwingen die in de loop der eeuwen waren doorgevoerd, teniet werden gedaan.

Bij de grote kerkrestauratie (1986-1995) werd o.a. de muurschildering boven het orgel herontdekt en kon gelukkig opnieuw worden aangebracht. Het maakte het herstel van een onvergetelijk muzikaal stukje Hattemse historie weer helemaal compleet.

Nu we het oog en het verbeeldingsvermogen van de lezer hebben willen activeren, is het tijd om ook het oor eens te strelen. Want laten we eerlijk zijn: echt compleet is een orgel pas dan wanneer de wind door de blaasbalgen kan gieren en het pijpwerk in beweging zet. Over de klank van dit bijzondere instrument valt veel te zeggen maar mr dan dat: veel te beluisteren. Het is n van de weinige orgels in ons land die nog een zogeheten “middentoonstemming” heeft. Wat dat is? Tja, dat valt wel uit te leggen maar feitelijk moet je dit hren. En zker als het om het Hattemse orgel gaat. Want niet alleen de klankkleur maar ook de gunstige plaatsing van dit orgel maakt het dat de klank naar alle (uit) hoeken van de kerk kan uitstralen. Wie op dit orgel een werk van bijvoorbeeld Jan Pieterszoon Sweelinck beluistert, hoort dit werk spelen zoals de componist het zelf ook gehoord moet hebben. Daarom geachte lezer: als lezen samen gaat met luisteren, nschouwen samen gaat met nhoren: dan is dit louter lust voor het oog en een streling van uw gehoor.


Tekst: Arjan Zwart

Dispositie 16e eeuws orgel

 

 

 

 

 

 

Manuaal: (CDEFGA-c’’’) 45 toetsen

 

Prestant

8’

 

16e eeuw

front, middentoren en zijvelden (gedeeltelijk)

Octaaf

4’

1550

front, zijvelden (gedeeltelijk)

Octaaf

2’

1550

 

Holpijp

8’

1550

 

Roerfluit

4’

1550

 

Fluit

2’

 

1875

 

Mixtuur

IV

 

1973

reconstructie n.a.v. oud pijpwerk quint 3’ gedeeltelijk 18e eeuw

Tertiaan

II discant

 

1973

 

Trompet

8’

1550

(Tongen, kelen, stevels en bekervoeten)

 

 

 

1875

(Bekers)

 

 

 

 

 

Pedaal: (CDEFGA-g’) 16 toetsen

Aangehangen
Voetmaten
Toonhoogte: A1 = 440 Hz
Temperatuur: middentoonstemming


Bronvermelding tekst en dispositie: “De orgels in de Grote of Andreaskerk te Hattem”
Uitgave: Kerkvoogdij Hervormde Gemeente Hattem, 1997

 

 

Page Up design